Meesterschap

Meesterschap

Auteur: Joost Groeneboer

Nils Christe maakt al ruim 30 jaar balletten voor Introdans. Voor hem vormt muziek altijd het uitgangspunt. Voor het programma Meesterschap maakte hij Kleines Requiem, een choreografie op de muziek van Henryk Mikolaj Górecki.

U wordt een muziekchoreograaf genoemd…

‘Dat weten niet veel mensen, maar ik heb muziek gestudeerd voordat ik ging dansen. Als Hans van Manen me niet had aangenomen bij het Nederlands Danstheater was ik nu musicus geweest. Ik werk vooral vanuit de emotie in de muziek. Die verschilt van stuk tot stuk. Na Stravinsky’s Sacre du Printemps, waarvan het ritme heel dwingend was, is Kleines Requiem een verademing. Dat is geen moeilijke muziek voor een choreograaf, maar veel meer emotioneel. Górecki heeft bijna niets gezegd over zijn compositie. Ik had zo weinig houvast, dat het ballet eigenlijk helemaal vanuit mijn fantasie bij wat ik hoorde is ontstaan. Samen met de dansers is het stuk gegroeid. De door Thomas Rupert ontworpen bank is een enorm focal point in het ballet. Het draaien ervan heeft ook iets te maken met de tijd. Die draait maar door, in dit geval tegen de klok in.’

Waar komt het idee voor die grote bank vandaan?

 ‘Wat je altijd doet als de muziek gekozen is, is met elkaar om tafel gaan zitten. In dit geval met Thomas en mijn levensgezel Annegien Sneep, die de kostuums doet. Dan vragen we: wat hoor jij, wat voel jij, wat roept de muziek bij je op? En dan gaat het borrelen en zeg ik: ‘Ik zou het mooi vinden als de dansers niet afgaan de hele tijd.’ Dan zegt Rupert: ‘Dus je zou iets willen dat ze de hele tijd op het toneel blijven?’ ‘Dat zou ik wel erg mooi vinden, ja.’ ‘Maar niet weer stoelen’, roepen we lachend – er komt vaak een hoop humor bij kijken, we hebben al zoveel gezien, zoveel gedaan. ‘Zal ik dan een hele grote bank verzinnen’, vraagt Rupert. ‘Maar wat voor kleur zie je bij de muziek, moet het somber zijn, optimistisch, kleurig, zwart?’ Vervolgens komt hij met een eerste ontwerp, waarop ik en Annegien reageren. Dan gaat hij weer aan de slag en staat er ineens een prachtig kunstobject, een prachtige bank. En daarna komt de belichting. We hadden rood, geel en groen, alles kon, maar we hebben alles weggegooid. Het is allemaal heel subtiel van tint gebleven, teruggebracht tot de essentie. Wat met een choreografie ook eigenlijk moet!’

De voorstelling heet Meesterschap. Wat is dat, meesterschap voor een choreograaf?

‘Het is een eer om in een programma met die naam te staan. Maar het schept ook hoge verwachtingen. En wat voor de een meesterschap is, is dat voor de ander misschien niet. Choreografen als Van Manen en Christe, die al jaren stukken maken, dat geeft wel een stuk zekerheid. Maar zelfs als je zoals ik tachtig werken hebt gemaakt, is het niet zo dat de volgende weer automatisch een meesterwerk is. Het is ook wel een beetje beangstigend. Misschien wel het engst voor de laatste choreograaf van het programma, die veel jonger is.’ 

Pose uit Dans Magazine 12/2014   

Nooit meer een nummer missen? Profiteer dan van de superaanbieding!       

Meer inspiratie