Choreografe Alida Dors, Hiphop is een kunst

Ieder jaar in oktober wordt de Prijs van de Nederlandse Dansdagen Maastricht uitgereikt. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden voor het ontwikkelen van een avondvullende voorstelling. De winnaar zal dan volgend jaar in première gaan tijdens de Nederlandse Dansdagen 2013.

Alida Dors is een van de genomineerden. Ooit danste zij haar grote neven na, daarna werd ze een succesvolle hiphopdanser. Ze heeft een eigen hiphopschool en nu legt ze zich ook toe op choreograferen. Hiphop staat nog steeds centraal, maar, zo schrijft de jury, zij maakt hiphop toegankelijk voor een breed publiek. Hoe doet ze dat?

Wie is Alida Dors als choreograaf?
Als choreograaf ben ik heel verstandelijk en eerlijk. Ik kijk altijd naar de authenticiteit en het individu van mijn dansers en probeer het beste in ons beide naar boven te halen. Ik probeer altijd zo duidelijk mogelijk te zijn over mijn keuzes, als het moet leg ik het nog tien keer uit.
Ik kan echt heel erg genieten van een sportief en dansend lichaam en zijn mogelijkheden. Verder ben
ik niet code vast, maar zoek ik juist het experiment op. Hiphop is mijn eerste taal en ik probeer dat te ontwikkelen.

Je studeerde fiscale economie, na het behalen van je diploma heb jij je volledig op het dansen gericht. Hoe voelde dat, om jezelf zo in het diepe te gooien?
Ik danste altijd al. Als kind deed ik mijn neven na, zij dansten weer de videoclips na. In wezen heb ik dus altijd al hiphop gedanst, zonder het te weten. We maakten kleine voorstellingen thuis en voor ik aan mijn studie begon, deed ik de vooropleiding van Lucia Marthas. Als kind heb ik veel sporten gedaan, van kunstschaatsen en turnen tot thaiboksen. Ik was altijd heel fanatiek, dat ben ik nog steeds.
Toen ik een jaar of twintig was, kwam ik in het breakdance circuit terecht. Dat heb ik een tijd gedaan, maar vond het uiteindelijk te conservatief, altijd hetzelfde. Er werd gedacht dat het een trend zou worden, een cultuur van de straat, ik dacht en denk dat dit anders kan. Ik zie het als een kunstvorm
Mijn ouders wilden niet dat ik danseres werd, we wisten gewoon niet zo goed hoe dat ging. Ik maakte mijn studie af en dacht: nu kan ik alles doen wat ik wil. Ik danste tijdens mijn studie ook al veel, zat
bij verschillende groepjes en een agency. Via vriendinnen uit het freelance circuit hoorde ik hoe het wereldje een beetje in elkaar zat. Zo rolde ik van de ene in de andere show.

Je richtte samen met Bryan Duiventak de Solid Ground Movement op, wat betekende dat voor jou?
Het is een beetje toevallig zo gelopen. We zaten bij jongeren 020, een centrum waar verschillende takken waren ondergebracht zoals, theater, tekst, schrijven en moderne dans. Wij gaven hiphop les. Die jongeren waren zo enthousiast, die wilden meer, zij wilden wat ik deed. Dat was heel raar, maar
we besloten het te doen. Via via konden we een studio huren en zo is het ontstaan. Nu trainen en begeleiden we jongeren. Als ze uiteindelijk goed genoeg zijn, neem ik ze mee in mijn poule van 
mensen met wie ik graag werk. Ik denk dat er zo een heel sterke groep van performers ontstaat. Je kent elkaar, vertrouwt elkaar, je weet wat je aan elkaar hebt.
Ik zie het nu als een traject, dat ik met hen aanga. Daarnaast heb ik Stichting Backbone opgericht,
een lab als gevolg van een beurs die ik van de FPK en het AFK heb gekregen, om mijn werk verder te ontwikkelen. Het is heel spannend en fijn om zo die twee dingen te hebben.

Je was succesvol als danser en je werkte met grote namen als P. Diddy, Usher en Ruth Jacott. Wat dreef je om te gaan choreograferen?
Het was allemaal heel spannend en leuk. Ik heb er veel van geleerd, veel van de wereld gezien.
Maar steeds vroeg ik mij af, Alida, is dit het nu echt, in een sexy pakje het podium op? Op een gegeven moment vond ik het oppervlakkig worden. Dat klinkt wat negatief, maar ik wilde iets anders, uit het hokje. Toen kwam ik bij 020 terecht, waar ik af en toe ook een voorstelling kon maken. Dat beviel
heel goed. Daarna kwam natuurlijk Solid Ground Movement en ik wilde kijken wat er meer kon met hiphop.
Ik vond het vervelend dat hiphop een imago van een snelle straatcultuur was, voor jongeren. Daar geloof ik niet in. De dansscholen en grote podia dachten dat het een trend was, die wel weer over
zou gaan. Moet je ze nu zien! Ik wil hiphop graag naar een volgend niveau brengen en het op die
manier te verdiepen.
Ik was benieuwd of het mogelijk zou zijn om de spanningsboog te rekken. Tijdens een battle is deze heel kort. Ik wilde weten of er andere spanningen mee te maken zijn. Daarom ben ik begonnen.

Je zegt dat je hiphop conservatief vindt, dat binnen de hiphop cultuur de pure vorm voorop staat. Welke grens zoek jij op tijdens het choreograferen?
Toen ik in de scene actief was, merkte ik dat ik niets anders kon doen tijdens een battle. Dat werd
niet gewaardeerd. Dus, daarom staat de pure vorm voorop.
Op dit moment ben ik vooral bezig met de deconstructie van de hiphop bewegingen. Daarbij vind ik de flow heel belangrijk, belangrijker dan een pure vorm. Ik zoek naar de zeggingskracht van een beweging en koppel die vervolgens aan de inhoud van mijn voorstelling. Ik probeer inhoud te geven, de spanningsboog te vergroten. Ik sta open voor experiment, ook met andere stijlen. Dat moet dan geen voorstelling worden met 2 herkenbare stijlen, maar een geheel, dat is veel spannender. Ik merk wel
dat ik echt hiphop minded ben. Ik werk nu met Dance Works Rotterdam samen en vind dat soms wel moeilijk. Om te werken met mensen die niet direct mijn ‘taal’ spreken, maar ik zie zeker een overlap. Het is heel tof om met zulke performers te werken. Het zijn zeker sterke dansers. Het blijft altijd een uitdaging om met anders getrainde performers te werken.

Wat is je grootste uitdaging bij het choreograferen? Welke moeilijke opdrachten stel je jezelf?
Naast fiscale economie, heb ik ook een Master sociologie afgerond. Ik ben heel erg bezig met het aan de kaak stellen van sociale gewoonten, hoe mensen onderling met elkaar omgaan. Ik probeer te prikkelen, zoek naar herkenning en associaties. Ik wil niet dat een verhaal er te dik bovenop ligt. Dit gaat allemaal voorbij de vorm. Ik wil met hiphop ‘echte’ dingen maken. Voor mij is hiphop een logische taal en dat wil ik graag aan anderen laten zien.

Je zegt dat hiphop jouw eerste taal is, een logische. Moet je daar niet heel hard voor trainen?
Ja, gek is dat eigenlijk hè? Ik denk, omdat ik al van kinds af aan hiphop dans, is het voor mij heel
logisch. Ook vind ik het vervelend wanneer er een productie wordt gemaakt met hiphop en je alleen maar even een danser op zijn hoofd voorbij ziet komen en daarna pas weer bij het applaus. Een klein trucje en dat was het, alsof het niks is. Het is zeker iets, je moet er jarenlang voor trainen. Het is niet alleen maar knap van zo iemand, het kost veel energie om dat te bereiken. Dat respect wil ik wel graag naar boven halen. Het is net zo hard werken als bijvoorbeeld ballet.
Waarom het ook mijn eerste taal is, is denk ik, omdat ik hou van sportieve lichamen, dat is voor mij
iets heel normaals. Dat je lichaam sterk en flexibel is.

Je wordt omschreven als de promotor van de hiphop voor een breder publiek. Voor jou is hiphop
een kunstvorm, dat is duidelijk. Waarom zou je hiphop niet als een kunstvorm kunnen zien?

Hiphop werd en wordt gezien als een jongerencultuur uit de getto. Een lifestyle. En zoals ik al zei, is het best een conservatieve scene. Je moet je aan de vorm houden, wat betekent dat het een dode stijl zou kunnen worden, wanneer iedereen zich strikt aan de code zou houden. Daar ben ik het niet mee eens, ik vind dat ook niet interessant. Of ik een promotor ben, ja, misschien, ik zie mijzelf in ieder geval in de voorhoede.
Ik wil heel graag een hoop mensen inspireren en een breder publiek willen aanspreken met het hiphop idioom, een mooi team van dansers om mij heen verzamelen en toeren in binnen- en buitenland met goede voorstellingen.

Elke genomineerde van de Prijs Nederlandse Dansdagen moet een projectvoorstel indienen. Wil je een tipje van de sluier oplichten?
Ik wil mij richten op perspectief. Waar sta je? Dat je je realiseert wat je wel en niet ziet. Dus over je eigen bewustzijn en zelfreflectie. Dat perspectief wil ik dan binden aan zowel de dansers als het publiek, zodat zij ook bewust worden van elkaar.

Alida is net bevallen van een tweeling.
Met Dance Works Rotterdam maakte zij Codex. Voor de speellijst klik hier.

 

 

Meer inspiratie