Home » Blogs

Lentedansjes

2 mei 2012 - Francine van der Wiel

Het is een raar jaar. Een jaar met gemengde gevoelens. Angst voor wat komen gaat en tegelijk verlangen naar het moment van de waarheid, hoe hard ook. Sommigen hebben al een voorschot genomen op het onvermijdelijke en gaan per 2013 op in een groter geheel. Anderen hebben de gok genomen en doen, fluitend in het donker, alsof alles dik voor mekaar is, weer anderen wachten met het hoofd tussen de schouders op de klap. Aan de lezer om bij het voorgaande de namen in te vullen.

Een ding is zeker: dit jaar zijn we getuige van het laatste Springdance festival. Het laatste? Jazeker. Om de verlevingskansen te vergroten, gaat het fuseren met het Festival aan de Werf. Springdance sterft dus jong – garantie voor onsterfelijkheid – nog voor z’n vijfendertigste verjaardag of zelfs, voor wie graag de officiële jaartallen aanhoudt, voor het dertigste levensjaar.

Want de eerste lentedansjes werden in Utrecht in 1978 al onder de naam STAP gedaan. Pas in 1983 kreeg het festival de naam Springdance. Een uitstekende naam die iedereen meteen begrijpt: hier hebben wij te maken met verse, jonge vormen en verschijningen in de moderne dans. Door de jaren heen is wel sprake geweest van accentverschuivingen, maar in principe richt Springdance zich nog altijd, zoals de website vermeldt, op ‘de presentatie van de nieuwste ontwikkelingen in de (internationale) hedendaagse dans’.

Per 2013 verdwijnt die exclusieve focus op ontkiemende dansvormen, want door de fusie met het Festival aan de Werf wordt het nog ten doop te houden nieuwe festival een algemeen podiumkunstenfestival. Nederland is dus een dansfestival armer. Jammer, want Springdance heeft een eigen plaats en publiek en de grote internationale dansfestivals vullen elkaar goed aan: Holland Dance Festival richt zich op de schoonheid en virtuositeit van de danser en dans als kunstzinnige bewegingscompositie, bij Julidans gaat het om theatrale, multimediale hedendaagse dans met (vaak) een maatschappelijk tintje en bij Springdance, zoals gezegd, om de nieuwste ontwikkelingen.

Hoewel? De laatste jaren begon Springdance op te schuiven naar wat we maar even het midden zullen noemen, met als beste voorbeeld Sideways Rain van Guilherme Botelho. Die voorstelling had net zo goed op Julidans of zelfs Holland Dance Festival kunnen staan. Festival aan de Werf maakte het nog bonter. Niet alleen begon het de laatste jaren Springdance steeds meer voor de voeten te lopen, maar het programmeerde ook, vanuit de twijfelachtige ambitie grotezaalvoorstellingen te presenteren (waarom moet Festival van de Werf in godsnaam grotezaalvoorstellingen hebben?), een voorstelling die niet alleen al op Julidans had gestaan, maar daarenboven ook al in de reguliere seizoensprogrammering was herhaald.

Niets mis met ambitie natuurlijk, en wat een verademing om weer eens ongegeneerde bewegingslust in Springdance te zien, maar zo breng je wel je eigen identiteit om zeep. Wie de voorjaarsbrochure van Huis/Festival aan de Werf leest, merkt echter dat een duidelijk profiel het laatste is waar men naar op zoek is, omdat, zo stellen de programmeurs, grenzen tussen genres en disciplines vervagen ofwel bewust worden afgebroken. Dat is een feit.

Maar het is ook een feit dat dans in algemene podiumkunstenfestivals vaak naar de marge wordt gedrukt. En hoeveel zorg en aandacht er voor jonge dansmakers zal zijn als men groeiende grotezaalambities heeft, is de vraag. Het is dus te hopen dat de Springdancebloedgroep binnen het nieuwe festival keihard op zijn strepen durft te staan. Een naam met het woord ‘dans’ erin lijkt een goed begin.

Francine van der Wiel