Dansen is voor iedereen. Dans Magazine besteedt dit jaar extra aandacht aan dans in het speciaal onderwijs (SO). In de derde aflevering praten we met Lonneke van Leth.
‘We zijn hiermee begonnen omdat wij als jeugddansgezelschap van Den Haag vinden dat elk kind aan dans moet kunnen participeren, ook kinderen met speciale behoeften en vaardigheden. Onze voorstellingen kwamen ze wel al vaker bezoeken, maar nog niet echt de workshops die we voor hen ontwikkeld hebben. Ongeveer twee jaar geleden zijn we daarmee gestart. Eerst met een try-out, om te kijken: hoe werkt dat nou precies?
We merkten al gauw dat het echt maatwerk is. Je hebt zo veel verschillende niveaus binnen het speciaal onderwijs, van dove of slechthorende kinderen tot kinderen met autisme en kinderen met gedragsstoornissen. En sommige kinderen zijn zowel fysiek als verstandelijk beperkt.’
Dynamiek
‘En dan heb je ook nog eens het primair en het voortgezet onderwijs. Elke keer denk je: oh, nu hebben we een goede workshop ontwikkeld. Maar dan kom je bij een school langs en moet je toch alles weer anders doen. Omdat de kinderen verschillend zijn. Dan moet je weer een andere manier vinden om ze te bereiken.
Het is iets wat erg in beweging is en heel veel vergt van het moment. Wat is samenstelling van de groep? Wat zijn de precieze beperkingen? Hoe de dynamiek?’
Regelmaat
‘Kinderen met autisme bijvoorbeeld vinden het fijn als er iets wiskundigs in zit, iets met lijnenspel of duidelijke tellingen. Ze zijn erg gebaat bij ritme en regelmaat. Dus dat dezelfde persoon voor ze staat, niet elke keer een andere dansdocent. En een consistente lesopbouw. Zodat ze weten waar ze aan toe zijn: Oh ja, we gaan beginnen met die namenoefening en daarna doen we parcours en een stukje choreografie.’
Veiligheid
‘Elkaar aanraken is bijna uit den boze. Het lijkt wel alsof we steeds preutser worden en ongemakkelijker in de omgang met elkaar. Maar dat geldt eigenlijk voor alle kinderen. Om dat te doorbreken, beginnen we met kijkoefeningen. Dat je de kinderen bijvoorbeeld eerst tegenover elkaar plaatst en ze elkaar na moeten doen. Of dat je ze kriskras door de ruimte laat lopen en ze elkaar mogen aantikken om een andere kant uit te gaan. Tijdens zo'n workshop komen de kinderen langzaam nader tot elkaar en merken ze dat het helemaal niet zo raar is om de ander gewoon met de handen aan te raken.
Je moet ervoor zorgen dat iedereen zich veilig voelt in de ruimte. Daar ben je toch wel meer tijd mee kwijt dan voorheen.’
Energie
‘We gaan met onze workshops echt naar de scholen toe. We zijn aanvankelijk met zes scholen aan de slag gegaan. In de school waar ik lesgeef, De Witte Vogel in Den Haag, zitten kinderen met verstandelijke beperkingen en vaak ook nog in een rolstoel. Dan kun je het bijna geen dans meer noemen, dat is beweging. Maar het is prachtig om te zien hoe je bij iemand die spastisch in een rolstoel zit een hand open krijgt. De lach die je dan krijgt, die is fantastisch. De kinderen geven zoveel energie terug.’
Ontwikkeling
‘Het zelfvertrouwen dat de kinderen krijgen, dat ze ineens durven te bewegen, dat is misschien nog wel het mooiste om te zien. Dat zelfs de kinderen die bij de start van het project dachten: nou, dat gaan we niet doen, uiteindelijk gewoon aan het dansen en springen zijn. Het lukt natuurlijk niet bij iedereen, maar als kinderen zich vrij voelen om een stap in de eigen ontwikkeling te zetten, is dat geweldig.’
Observeren
‘Als we op een school met een nieuw traject beginnen, zijn we vaak met zijn tweeën. Zodat de één tijdens de les goed in de gaten kan te houden wat er precies gebeurt. Want je kunt niet tegelijk lesgeven en observeren. Dat doen we ongeveer drie lessen en maken dan een plan dat we kunnen uitrollen op die school.
Vaak zitten er ook nog twee of drie leerkrachten bij, die je mee moet zien te krijgen. Het vraagt best wat van de docenten. Niet iedereen staat er open voor.’
Continuïteit
‘We werken veel samen met Cultuurschakel in Den Haag. Zij verzorgen de financiering. Als een school voor speciaal onderwijs iets met kunst wil, dan komen ze eerst bij Cultuurschakel terecht. Al naar gelang hun wensen – dans, muziek, theater, beeldende kunst of anders – zoeken zij daar partners bij.
Continuïteit is een groot probleem. Het heeft gewoon tijd nodig dat we met z’n allen beseffen dat dans en cultuur binnen het speciaal onderwijs heel normaal is. En dat daar geld voor moet komen!’
Zonder woorden
‘Waarom juist dans zo geschikt is binnen het speciaal onderwijs? Nou ja, dans komt rechtstreeks vanuit het hart, vanuit het gevoel. Dans is zonder woorden. Iedereen kan dansen, alleen durft niet iedereen het. Dans is voor zoveel dingen belangrijk, voor het afbakenen van je ruimte: dit is mijn space, dat is jouw space. Maar het belangrijkste is dat kinderen vertrouwen krijgen in zichzelf. Dat ze beseffen dat ze er mogen zijn.’
Bron: Lonneke van Leth


