Dans in het SO: Holland Dance Festival 'Als je alleen maar denkt in moeilijk moeilijk, kom je er niet.'

13 november 2025 - Joost Groeneboer
Sjoerd Derine

Dansen is voor iedereen. Dans Magazine besteedt dit jaar extra aandacht aan dans in het speciaal onderwijs (SO). In de vierde aflevering is het woord aan Yolanda van der Heijden van Holland Dance Festival. Yolanda van der Heijden Yolanda van der Heijden  

‘Ik werk nu dertien jaar bij Holland Dance Festival (HDF) en een jaar of acht geleden hebben we de shift gemaakt om ons steeds meer te specialiseren in inclusief dansonderwijs. We hebben een aantal scholen waarmee we heel intensief samenwerken. Dat is dan met een x-aantal groepen x-maal per week. Soms hebben scholen thematische projecten en vragen ze: kunnen jullie daarin iets doen met dans? En jaarlijks nodigen we leerlingen van het speciaal onderwijs uit om deel te nemen aan een podiumproductie.’

 

‘Bij de ene school gaan we helemaal mee in het thematisch onderwijs, bij de andere school is het meer een kennismaking. Om onze manier van werken te laten zien, bieden we scholen waar we nog niet zoveel contact mee hebben pilots aan.

Onlangs hebben we op een school ook een KunstTreffer gedaan. Dat is een door CultuurSchakel vanuit de CMK-regeling gefinancierd educatieproject waarbij een Haagse onderwijs- en culturele instelling elkaar treffen in de kunst. Met als doel dat daar een ‘duurzaam product’ uit volgt.’

 

‘Op die school werken we met onderbouwgroepen één tot en met drie. We proberen erg aan te sluiten op wat er in de klas speelt. Wat zijn de thema's? Wat is de woordenschat? Wat kunnen wij daarvan gebruiken in onze dansles? En hoe kan de school op zijn beurt van onze les gebruik maken voor het taalonderwijs?

Voor de kinderen op deze bewuste school, een cluster 2 school (voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis, slechthorendheid en/of aandoeningen in het autistisch spectrum), is dans een uitkomst. Onze westerse maatschappij is heel verbaal ingesteld, erg op tekst, en dat kan best lastig sommige situaties zijn. Je merkt dat de kinderen zich met dans veel beter kunnen uiten, dan alleen door middel van tekst.’

Repetitie Als ver weg dichtbij voelt o.l.v. Anneloes van Schuppen Repetitie Als ver weg dichtbij voelt o.l.v. Anneloes van Schuppen (© Sjoerd Derine)

‘Op een cluster drie school geven we al een aantal jaren les aan elf groepen kinderen met een verstandelijke beperking. We willen het kunstonderwijs echt integreren, hebben ze daar gezegd. Naast dans zijn ze ook op het gebied van beeldende kunst heel actief en komend schooljaar gaan ze aan de slag met muziekonderwijs door een vakleerkracht.

Bij een school met chronisch zieke kinderen en kinderen met een fysieke beperking hebben we intensief contact met de sportsectie. Dan doen ook de sportdocenten actief mee aan de les. ‘Gewoon om te kijken hoe jullie dat doen met dans.’ We zien een stijgende lijn in de ontwikkeling van de kinderen. Het heeft echt een enorme meerwaarde, krijgen we ook van de leerkrachten terug.’

 

‘Natuurlijk nemen we ook de leerlijn op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling in onze lessen mee. Leerlingen met aandoeningen in het autistisch spectrum, durven zich in eerste instantie vaak moeilijk te geven. Maar als je ze op de juiste manier benadert en ze de ruimte geeft, dan zie je gewoon steeds meer dat daar een soort vrijheid komt.

Dat geldt denk ik voor ieder kind. Dans en muziek, dat zijn kunstvormen die iets doen in het brein. Die zijn voor iedereen gezond. Maar met name bij kinderen die in een soort keurslijf gedwongen worden omdat ze een beperking hebben en de maatschappij zich daar niet altijd voor openstelt, zie je letterlijk een wereld opengaan.’

 

‘Het is heel belangrijk hoe je de kinderen benadert. Hoe spreek je ze op de juiste manier aan? Dat is ook een stukje ervaring van de dansdocent. Er moet een docent op staan die daar een extra sense voor heeft. Bij het ene kind kun je iets meer duwen, net iets meer zeggen, en bij de ander moet je voorzichtig vragen. We zeggen heel gemakkelijk ‘loop naar de overkant’, maar er zitten soms ook kinderen bij die rolstoeldansen, en dan zeg je dat al niet. Of tenminste, je bent je er bewuster van. Voor de een in het lastig, voor de ander maakt het niets uit of je het zo noemt.

Je moet dus heel erg opletten hoe je je taal gebruikt en daarnaast een duidelijke instructie geven. Ik heb regelmatig inclusieve groepen waarin zowel kinderen met een verstandelijke als met een fysieke beperking zitten, echt een mengelmoesje, en dan moet je je dansmateriaal zo aanbieden dat iedereen zich aangesproken voelt en binnen de eigen mogelijkheden mee kan doen. Dat iedereen het gevoel heeft van: ik mag er zijn en ik mag doen wat ik kan vanuit mijn mogelijkheden. Dat is misschien niet hetzelfde als mijn buurvrouw of buurman, maar wat ik doe is gewoon goed.’

Je merkt dat de kinderen zich met dans veel beter kunnen uiten.

‘De affiniteit voor dans met mensen met een beperking is al ontstaan nog voordat ik naar de dansacademie ging. Op mijn zeventiende ging ik vaak mee met een buurvrouw die in een huis voor mensen met een verstandelijke beperking werkte. Ik gaf ze er dansles.
Ook binnen mijn eigen dansschool die ik later heb opgericht, werk ik zo inclusief mogelijk. Als de setting het tenminste toelaat. Ik hou niet zo van ‘het kan niet’. Ik heb ook leerlingen met een meervoudige persoonlijkheidsstoornis in de reguliere dansles gehad en dansers met fysieke en verstandelijke beperkingen. Ik overleg dan vooraf goed wat deze persoon nodig heeft om op een ‘veilige manier’ (zowel fysiek/praktisch als qua feeling) mee te kunnen doen. Als ik het gevoel heb dat ik dit in een inclusieve groepssetting meenemen kan, dan is zo’n danser van harte welkom.

Andere dansers in mijn school weten inmiddels dat ik graag zo veel mogelijk mensen de kans geef dans te ervaren en ervan te genieten. Een (in alle opzichten en voor iedereen) veilige setting staat voorop. Voor wie een andere setting nodig is, zijn er de DanceAble-lessen die ik geef bij Holland Dance Festival. Toevallig hebben we gisteren hier in Den Haag een meeting gehad over veilig cultuuronderwijs.’

 

‘Ik doe het natuurlijk niet alleen. Bij HDF hebben we een docententeam van gemiddeld 10 zzp’ers. Met dansdocenten die de kennis en kunde én wens hebben om te werken binnen het speciaal onderwijs of met andere bijzondere doelgroepen. Want we geven ook les in verpleeghuizen, aan mensen met somatische of psychogeriatrische aandoeningen, zoals Alzheimer en dementie. En dat is wel wat anders dan lesgeven op een dansschool of in het regulier onderwijs.

Op het moment dat je bij ons wilt komen werken, moet je natuurlijk wel de affiniteit hebben om met deze doelgroepen aan de slag te gaan, of dat al kunnen. En doe je dat nog niet, dan kijken we naar je persoonlijkheid en ambities om er eventueel een leertraject op los te laten.’

Als ver weg dichtbij voelt Als ver weg dichtbij voelt (© Sjoerd Derine)

‘We doen veel aan coaching en organiseren ook intervisiemomenten. We gaan naar de lessen toe en kijken hoe het gaat, we evalueren, en dansdocenten gaan ook over en weer bij elkaar kijken en te rade. De een is meer gespecialiseerd in het speciaal onderwijs en de ander specialiseert zich weer meer in bijvoorbeeld dans met ouderen. Het is een beetje afhankelijk van de docent welke kant hij of zij meer wil ontwikkelen, en daar geven we dus alle ruimte voor.

En we geven trainingen. De Teacher Training Course is daar een mooi voorbeeld van. Een heel intensief weekend dat we samen met andere partijen, zoals de Stopgap Dance Company uit de UK, organiseren. Hierin staat altijd een bepaald thema centraal. De laatste keer was dat: Hoe kun je als danser in een rolstoel de vertaling maken naar wat jouw dansdocent, die op de benen danst, voordoet? En hoe kun je er dus als een lopende dansdocent voor zorgen dat een rollende danser begrijpt hoe hij die vertaling kan maken?’

 

‘Als ik een dansdocent op een cluster vier school afstuur, met psychische stoornissen of gedragsproblemen, dan moet deze uit een heel ander vaatje tappen dan op een cluster drie school, waar kinderen dansen met een chronische ziekte, of in een rolstoel, met een rollator of wat dan ook. Dan is het nodig dat je snel in de huid kunt kruipen van wat zo'n danser van jou als docent nodig heeft om op een veilige, goeie, creatieve en inspirerende manier met dans aan de slag te gaan. Op het moment dat je dat niet kunt, dat je dus niet snel die vertaling kunt maken, dan wordt het lastig. En niet alleen de vertaling op persoonlijk vlak, maar ook in hoe bied ik mijn lesmateriaal aan. Methodisch-didactisch vraagt het dus ook iets, los van de sociale component die er moet zijn.’

 

‘Er moet altijd iemand vanuit de school bij zijn tijdens de danslessen in het speciaal onderwijs, ook vanwege de veiligheid. Een leerkracht of klassenassistent die het reilen en zeilen in de gaten houdt en waar nodig helpt met de organisatie en bij leerlingen die even extra aandacht nodig hebben.

Maar nog veel belangrijker vind ik het dat een leerkracht meekrijgt waar we mee bezig zijn in de dansles, zodat hij of zij er iets mee kan in de eigen les. Zodat ze zien wat voor effect het op de ontwikkeling van de kinderen heeft.’

 

‘Wat de merkbare effecten van dans voor deze kinderen zijn? Ze krijgen meer zelfvertrouwen. En dat is in verschillende clusters zichtbaar. Kinderen die zich ineens door middel van dans kunnen uiten. Die je nog nooit zo vrij, open en blij hebt zien bewegen. Kinderen met een fysieke beperking die je ineens op een andere manier hun beperking ziet ontdekken. Of beter gezegd niet hun beperking, maar hun mogelijkheden.

Er bestaan nog altijd veel vooroordelen over dansen met een beperking. Maar als iemand mooi danst, zie ik na twee minuten die rolstoel niet meer. Dan zie ik gewoon een heel mooi persoon die iets heel moois danst. En dat ervaren die kinderen dus ook zo, van: ik mag er gewoon zijn.

Dat stukje zelfbewustzijn en zelfvertrouwen werkt ook door in de andere lessen en activiteiten op school, als een kind in een rolstoel bijvoorbeeld voor de klas moet ‘staan’ en een spreekbeurt doen. ’

Presentatie Als ver weg dichtbij voelt  DanceAble Symposium 2024 Presentatie Als ver weg dichtbij voelt DanceAble Symposium 2024 (© Sjoerd Derine)

‘Ouderbetrokkenheid is natuurlijk heel belangrijk. Dus organiseren we op scholen regelmatig kleine werk- of podiumpresentaties waarbij de ouders welkom zijn. Maar ook weer niet te vaak, want te veel ‘pottenkijkers’ leidt de kinderen af.

Op school wordt het allemaal voor ze geregeld, maar ik zie dat ouders er wel soms problemen mee hebben als ze hun kinderen in de vrije tijd naar dansles willen sturen. Waar kunnen ze dan naar toe? Waar is een plek waar dat op een veilige manier kan en waar er acceptatie is? Dat merken we bij Holland Dance Festival ook bij de inclusieve danslessen die we buiten schooltijd geven. Dat mensen me opbellen: ‘maar ze zit wel in een rolstoel.’ Ja, dat maakt voor ons niks uit, want daar zijn we juist ook voor. Of bij kinderen met een verstandelijke beperking, dat ouders het moeilijk vinden om hun kind naar een reguliere dansschool te laten gaan. Omdat er is toch nog steeds een gevoel is van: kan het wel en lukt het wel en mag het wel?

En dan is er ook nog de hele logistieke operatie die eromheen hangt. Want deze kinderen kunnen niet zelfstandig op de fiets naar de dansschool toe. Het extra meegaan, het brengen en halen, kan heel zwaar voor de ouders zijn.’

 

‘Een mooi initiatief dat in navolging van Uniek Sporten in Den Haag is opgericht en waarvoor ik namens HDF in de denktank zat, is het online platform De Bruiserij. Organisaties kunnen daarop kunstlessen aanbieden voor mensen met een beperking, van jong tot oud.

We werken veel samen met CultuurSchakel, het expertisecentrum voor kunst in Den Haag. Landelijk hebben we ook lijntjes met het LKCA, het Landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst. En internationaal nemen we deel aan het platform Europe Beyond Access. Maar daarnaast is de samenwerking met partnerorganisaties en gezelschappen die met speciale doelgroepen werken heel inspirerend, zoals theaterwerkplaats Tiuri, DIK Danstheater en Introdans. Of zien waar dansgezelschap de Stilte (zie Dans Magazine 2025/1) aan werkt. Zij hebben pas een prachtige inspiratiedag met het speciaal onderwijs georganiseerd. Een mooie samenwerking met onder meer een school uit Son en Breugel en Parktheater Eindhoven. Ik heb daar een dagje meegewandeld en daar word ik gewoon heel blij van. Van zulke projecten mogen er wel meer komen wat mij betreft.

Zelf organiseren we bij HDF, ondersteund door Stichting het Gehandicapte Kind, dansontmoetingen waarin dansers met en zonder beperking elkaar ontmoeten. De volgende editie vindt plaats op 28 oktober tijdens Festival De Betovering + in Den Haag. Voor de projecten en workshops nodigen we ook kinderen uit het speciaal onderwijs uit om, buiten schooltijd weliswaar, mee te doen. En omdat we inmiddels al veel expertise hebben opgebouwd, word ik regelmatig voor lezingen en webinars gevraagd. Ik vind het erg belangrijk om uit te wisselen, want we moeten blijven leren en dat willen we ook graag.’

 

‘Afgelopen december hebben we weer een mooie productie gehad met kinderen vanuit het speciaal onderwijs. Dat doen we elk jaar en daar zetten we dan een professionele choreograaf op. Dit keer hebben Loura Sita van Krimpen en Vincent Dankelman van DIK Danstheater met kinderen van VSO de Piramide & Viertaal College gewerkt. Elke dinsdag bleven ze anderhalf uur na op school om te repeteren. En het resultaat hebben ze uiteindelijk in het Amare theater gepresenteerd. Dat is natuurlijk hartstikke bijzonder. Voor deze kinderen is het al moeilijk om een dansschool te vinden en op zo’n groot podium komen ze natuurlijk helemaal nooit dansend terecht.

We zijn nu al bezig met de productie van de dansontmoeting die tijdens het DanceAble Symposium in 2026 op de planken komt. Daar worden ook weer kinderen uit het speciaal onderwijs voor uitgenodigd, dus ja, dat wordt zeker mooi!’

Bron: Holland Dance Festival

Altijd op de hoogte blijven?