Dans in het SO: Het Nationale Ballet 'hoe begin je ermee?'

7 november 2025 - Joost Groeneboer
Wim Robberechts

Dansen is voor iedereen. Dans Magazine besteedt dit jaar extra aandacht aan dans in het speciaal onderwijs (SO). In de tweede aflevering praten we met Lin van Ellinckhuijsen van Het Nationale Ballet. Lin van Ellinckhuijsen Lin van Ellinckhuijsen  

Lin van Ellinckhuijsen is programmamaker danseducatie bij de afdeling Educatie, Participatie en Programmering van Nationale Opera en Ballet (NO&B). Zij ontwikkelt onder meer danseducatieprojecten rondom de voorstellingen van Het Nationale Ballet (HNB). Dat wil zeggen dat als Het Zwanenmeer bijvoorbeeld op het programma staat, zij daarop anticipeert.

Naast het primair en voortgezet onderwijs, mbo- en hbo-studenten et cetera, richt HNB zich sinds een paar jaar ook op het speciaal onderwijs. Lin: ‘We vinden dat dans voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn. Maar we kwamen erachter dat sommige scholen nog buiten de boot vielen, met name in het speciaal onderwijs. We hebben gekeken wat deze scholen nog meer nodig hebben dan het reguliere programma. En dat is vooral meer tijd, de mogelijkheid voor herhaling en een veilige omgeving.

Dansbox

Vanuit deze behoeftes heeft NO&B een aantal projecten ontwikkeld. Voor het speciaal onderwijs heeft Lin rond 2016 – met medewerking van Marijn Oussoren van de Heldringschool (SO) en studenten van de Universitaire PABO Amsterdam – gewerkt aan het ontwikkelen van Balletbox Coppelia. Gericht op cluster 3 en 4 van het speciaal onderwijs, maar evengoed geschikt voor groep 3 tot en met 8 van de basisschool.

De Balletbox bestaat uit materiaal en opdrachten voor het geven van zes tot acht dansworkshops, waarin de kinderen kennismaken met diverse aspecten van dans. De afdeling educatie geeft deze workshops bij hen in huis of in de veilige omgeving van de school, aangepast aan het niveau en de belevingswereld van de kinderen.
De box is losjes geïnspireerd op de voorstelling Coppelia van HNB. Daarin komen verschillende dansstijlen voorbij, van klassiek tot rock & roll en van flamenco tot hiphop. De naam Balletbox vindt Lin bij nader inzien niet zo goed gekozen: ‘Het gaat over veel meer dan alleen ballet. Misschien zou het Dans Variabel moeten heten, of gewoon Dansbox.’

Wanneer Coppelia weer wordt gedanst, kan ze nog niet zeggen. ‘Maar het komt vast wel terug. Het thema – schone schijn, ware liefde, AI en de maakbaarheid van het leven – is actueler dan ooit.’

Afwisseling en structuur

‘Het speciaal onderwijs is heel breed’, aldus Lin van Ellinckhuijsen. ‘De Balletbox is voor de clusters drie en vier gebouwd. Cluster drie zijn kinderen met mentale en fysieke beperkingen. In een rolstoel bijvoorbeeld of met Downsyndroom. Cluster vier zijn kinderen met psychische, psychotische of gedragsproblemen. Kinderen met een rugzak.

De kinderen in cluster vier vertonen externaliserend of internaliserend gedrag en zijn kort van concentratie, dus dan heb je als dansdocent een creatieve geest nodig om goed te kunnen schakelen. In een klas zie je heel snel waar de drukte en waar de schuwheid zit. Hoe begin je hiermee? Wie krijgt het eerste aandacht, is dan de vraag.

Je moet stapje voor stapje een goede structuur opbouwen in de les. Dus niet zomaar in de ruimte gaan staan en: ‘we beginnen’. Voor de kinderen is zelfs het kiezen van een plek waar je elkaar niet aanraakt al een activiteit. Soms is het beter dat ze zich eerst kunnen ontladen, want dan zijn ze er gewoon nog niet. Ook voor kinderen met autisme zijn structuur en een veilige omgeving heel belangrijk.
Cluster vier kinderen hebben uitdaging nodig en bevestiging. Afwisseling en vaart tijdens de les. En veel complimentjes. Het lesgeven aan deze doelgroepen leert een dansdocent uit ervaring, denk ik, want op de dansacademie leer je dat niet allemaal – althans niet in mijn tijd.’

Geleide improvisatie

‘Ik heb de projecten die we ontwikkeld hebben eerst zelf uitgeprobeerd. Bij heel verschillende doelgroepen. De Drostenburg in Amsterdam bijvoorbeeld is een school met terminaal zieke kinderen, die soms met bed en al naar de speellokalen komen. Dat vereist een heel andere aanpak. Daar heb ik gewerkt met korte verhalen, waarbij kinderen meedansen. Geleide improvisatie. Ook bij de hele drukke kinderen uit cluster vier, die soms competitief zijn en beter willen zijn dan de ander, begin ik met opdrachten die stevig in de ruimte staan. Van A naar B, over het midden, vanuit een vorm of vanuit de grond naar omhoog. Dat ze dus heel duidelijke opdrachten krijgen en elkaar niet meteen vastpakken, want dan riskeer je ook meteen gevecht.’ Dansworkshop in de Heldringschool Dansworkshop in de Heldringschool (© Ramy Tadrousl)  

Inleven

‘Dans kan kinderen fysieke zelfbewustzijn en verzekerdheid geven. Het is prachtig om te zien als leerlingen die eerst bijna niet naar binnen durfden, tijdens de tweede of de derde les boem de zaal inkomen en er staan. Of als ze een stukje choreografie hebben onthouden en zeggen: kijk eens, ik kan het, en het dan uit volle glorie doen. Wat ik leuk vind, is dat ze dankzij de elementen tijd, kracht en ruimte hun bewegingen meer inhoud, uitdrukkingskracht en context kunnen geven.

Er is natuurlijk ook het sociale aspect, het samenwerken, het naar elkaar kijken, elkaars lichaamstaal ervaren en zich misschien een beetje in elkaar inleven. Van: oh, die heeft afstand nodig. Of: oh, die is misschien wat verdrietig of boos. Cluster drie kinderen (en vier overigens ook) kunnen die emoties – de vier B's: boos, bang, bedroefd en blij – vaak moeilijk herkennen.’

Voorvechter

‘Bij Het Nationale Ballet hebben we nu een groepje docenten die het echt heel leuk vinden om les te geven in het speciaal onderwijs.
Hoe we ze voorbereid hebben om les te geven aan deze bijzondere doelgroepen? Op het vlak van didactiek en pedagogiek hebben ze workshops gevolgd bij Gelukkig Op School, een organisatie die door twee docenten van een Amsterdamse pabo is opgericht. En Adriaan Luteijn van Introdans is een workshop bij ons komen geven. Hij is echt een van de grondleggers op het gebied van dansinclusie in Nederland. Een enorme voorvechter, erg mooi om te zien. Dat vonden onze dansdocenten ook heel inspirerend.

In de praktijk worden ze natuurlijk ook steeds wijzer, met het geven van al die workshops tijdens schoolmatinees.’ 

Ontmoeting

‘Naast De Drostenburg en De Heldring, werken we ook samen met de Alphons Laudy- en de Orionschool. En jaarlijks organiseren we met United Dance een zomerdansweek voor jongeren en jongvolwassenen met het Syndroom van Down, soms nog met een beetje autisme of fysieke beperkingen erbij. Die doen hier dan elke dag workshops met dans en daarna een vrije choreografie. Indien mogelijk sluiten we de week af met een presentatie in onze nieuwe Studio Boekman, die gelijkvloers is en waar minder prikkels zijn.

Wat ik erg bijzonder vond, is dat twee dansers van de Junior Company vorige keer met de workshops mee kwamen doen. De dag erop dansten ze ook mee met de presentatie. Het was heel ontroerend om die ontmoeting tussen onze professionele dansers en die met Down te zien.’ United Dance in Nationale Opera en Ballet United Dance in Nationale Opera en Ballet (© Wim Robberechts)  

Altijd op de hoogte blijven?