Dansen is voor iedereen. Voor iedereen die dat wil. In de komende artikelen besteedt Dans Magazine aandacht aan dans in het speciaal onderwijs (SO). In de eerste aflevering praten we met Susanne Driedijk, combinatiefunctionaris danseducatie bij jeugddansgezelschap de Stilte in Breda.
Waarom is juist dans zo goed voor kinderen in het speciaal onderwijs?
‘We hebben voorstellingen waarin niet gesproken wordt. Dat sluit heel erg bij het gespecialiseerd onderwijs aan. Omdat dans uitgaat van lichaamstaal, zie je dat elk kind het begrijpt. Ieder kind spreekt lichaamstaal, verstaat het en mag er zijn eigen verhaal van maken.’
Wat doet het met de kinderen? Zijn er merkbare effecten?
‘Jazeker, kinderen worden opener. Tijdens een dansles zie je kinderen opengaan. Ze gaan groter bewegen, nemen meer initiatief en durven hun eigen creativiteit aan te spreken. Ook tijdens een voorstellingsbezoek groeien ze aanmerkelijk. Kinderen die het in het begin spannend vinden, zie je tijdens de voorstelling ontspannen.
Soms moet je het niet groot willen, maar zit het juist in de kleine dingen. Dat een kind helemaal opbloeit, van wie je het niet verwacht.’
Hoe scheppen jullie een veilige omgeving voor ze?
‘We zorgen ervoor dat aan alle randvoorwaarden is voldaan. Scholen ontvangen vooraf een visuele handleiding met foto’s van het theater. Deze kunnen ze op het digibord aan de leerlingen laten zien, zodat zij weten hoe het theater eruitziet. Daarnaast houden we rekening met de publieksgrootte.
Het is het gewone voorstellingsaanbod, alleen stemmen we het op de doelgroep af. In het theater creëren we een plek waar de kinderen even tot rust kunnen komen nadat ze net zijn aangekomen. En aan het einde van de voorstelling zorgen we ervoor dat ze weer rustig de bus ingaan.
De duur van de voorstellingen is maximaal een half uur. Vaak zijn het voorstellingen waarbij de kinderen om het speelvlak, dicht op de huid van de spelers zitten. Aan het einde van de voorstelling is er een participatiemoment. Dan mogen de leerlingen kinderen het podium op om het materiaal en de dansers van dichtbij te verkennen. Vaak zien we dat dat moment in de praktijk veel langer duurt, want veel kinderen hebben toch een andere verwerkingstijd. Sommige kinderen hebben het nodig om eerst te kijken, en nemen daarna pas de stap om het podium op te gaan. Dus ja, tijd. Overal de tijd voor nemen.’
Hoe verloopt het contact met de school?
‘Vooraf hebben we een gesprek met de school om te kijken om wat voor doelgroep het gaat. Want het gespecialiseerd onderwijs is heel breed. Met alle leerkrachten inventariseren we: wat hebben de leerlingen nodig? Ze krijgen van ons lesmateriaal op maat. Bij de een is dat een lesbrief en bij de ander een uitgebreid pakket. We zijn bijvoorbeeld ook bij scholen met ernstig meervoudig beperkte kinderen. Zij krijgen een tas met concreet materiaal uit de voorstelling. Daarnaast ontvangen ze foto’s en muziek van de voorstelling. We zorgen ervoor dat de kinderen alles weten. Ze weten hoe het theater eruitziet en wie de dansers zijn.
En dan gaan ze naar de voorstelling toe. Het liefst in het theater, want ik vind dat ieder kind de magie van het theater moet kunnen beleven. Natuurlijk, het vervoer naar het theater is een heel ding, vooral als je het hebt over kinderen in rolstoelen. Vanwege de kosten is het niet altijd mogelijk om elk jaar naar een voorstelling te gaan. In dat geval programmeren we op de scholen zelf. Ze krijgen dan een voorbereidende en verwerkende workshop. In de gymzaal of in de klas, soms is de klas fijner.’
Wat doen jullie in die workshops?
‘In de voorbereidende workshop gaan we met de thema's uit de voorstelling aan de slag. Bij de één kun je lekker dansend door de zaal en bij de ander is dat heel klein, afhankelijk van de doelgroep.
Soms nemen we ook al de dansers uit de voorstelling mee. Met Kentalis hebben we bijvoorbeeld een traject met blinde en dove en blinde kinderen gehad. Doordat ze de dansers vooraf al konden betasten of zien, voelden ze zich in het theater veiliger. Eigenlijk ben je alleen maar bezig met de veiligheid. Veiligheid zorgt voor heel veel rust.
In de verwerkende workshop gaan we in op wat de kinderen tijdens de voorstelling hebben gezien en gehoord. Dan zetten we hun beleving om in dans.’
Hoe ga je om met lastige of onrustige kinderen?
‘Met UITDAGENDE kinderen! Ik vind het heel belangrijk dat je goed contact met de leerkrachten hebt. Zij kennen de kinderen en weten wanneer de spanning oploopt. En ja, wat is uitdagend gedrag? Dat hoop je natuurlijk altijd voor te zijn. Ongewenst gedrag probeer ik altijd om te buigen, er een positieve draai aan te geven.’
Wat zijn de plannen voor komend jaar?
‘We participeren komend jaar in Get Moved. Een project vanuit Schouwburg en Concertzaal Tilburg voor het speciaal onderwijs, samen met SALLY Dansgezelschap Maastricht, Tg. Winterberg en Maas theater en dans. Elk gezelschap geeft eigen voorstellingen, waarvoor so-scholen zich kunnen inschrijven. We bereiden het samen voor en evalueren met elkaar.
Met Philzuid ontwikkelen we de voorstelling Ik zie, ik zie wat jij niet hoort, met vier musici van het orkest en twee dansers van de Stilte, voor groep 3 en 4 en maken daarbij een speciale versie voor het gespecialiseerd onderwijs.
We hebben weer verschillende trajecten met Kentalis. En we gaan door met BinnensteBuiten, een project met Parktheater Eindhoven en SO Emiliusschool waarbij we kinderen met een beperking en kinderen van een reguliere school aan elkaar koppelen om samen de voorstelling Blikvangers te bezoeken. Het mooie ervan is dat de kinderen als gelijkwaardige bezoekers de voorstelling beleven en dat je vriendschappen ziet ontstaan.’


